De problemen bij vuilverbrander AEB dreigen te ontsporen tot een nationale afvalcrisis. Op papier is AEB zelfstandig, in de praktijk is het een speelbal van de enige aandeelhouder en de grootste klant: de gemeente Amsterdam.

Auteurs: Ruben Koops en Bart van Zoelen 

Bron: Het Parool 31-8-2019

 

Paul Dirix, directeur van afvalenergiebedrijf AEB, schudt het hoofd. Het is vrijdagochtend 21 juni 2019 en tegenover hem in een vergaderzaaltje naast de centrale in Westpoort zitten de, meest, mannen die verantwoordelijk zijn voor de technische staat van het bedrijf. In goede tijden worden daar 24 uur per dag, zeven dagen per week afval verbrand en tegelijkertijd stroom en warmte opgewekt. Jaarlijks gaat het om zo’n 1,4 miljoen ton afval, een zesde van de landelijke afvalproductie.

De technici aan tafel, zoals de manager rookgasreiniging (schoorstenen), de projectleider ketelhuis (verbrandingsovens) en de eindverantwoordelijke voor de turbines (elektriciteit), kijken hem somber aan. In de weken daarvoor is een Cold Iron uitgevoerd, een megaoperatie waarbij een deel van de ovens uitgezet wordt, de machines afkoelen en 240 monteurs de gigantische ketels ingestuurd worden om noodzakelijk onderhoud uit te voeren. Maar vergeefs.

 

 

De stemming is bedrukt omdat de Cold Iron vooral blootlegt dat de problemen binnen AEB zo groot zijn dat het gebruik van de verbrandingslijnen eigenlijk niet verantwoord is. De gigan­tische ovens, transportsystemen, pijp­leidingen, turbines en rookgaskanalen doen het wel, maar de onderhoudsbeurt heeft de hardnekkige veiligheidsrisico’s niet weggenomen.

De kans op brandjes, rookontwikkeling en gasvorming in het afval, incidenten waar AEB al jaren last van heeft, blijft bestaan. Daar komt bij dat onduidelijk is wie precies verantwoordelijk is voor welk onderdeel van de centrale. Er draaien te veel en verouderde ict-systemen naast elkaar, zonder dat het personeel weet hoe de programma’s in elkaar steken. Oude aanwijzingen na calamiteiten zijn blijven liggen. De toezichthouder pikt het niet meer.

 

Al sinds februari 2018 staat AEB ­onder verscherpt toezicht van de inspec­tie, de Omgevingsdienst Noordzee­kanaalgebied (OD). 

De grootste zorgen van de OD zitten juist bij de staat van het onderhoud, waar AEB al jaren geen grip op krijgt. Begin 2019 heeft de OD het AEB drie keer op de vingers getikt met de op een na zwaarste waarschuwing: de fabriek wordt niet meteen stilgelegd, maar de zorgen zijn groot. Eerdere beloftes om orde op zaken te stellen zijn niet nagekomen. Het is letterlijk een rommeltje bij AEB. ‘Orde en netheid op het terrein laten te wensen over,’ aldus het inspectierapport.

Die vrijdagochtend begint tijdens de vergadering het besef in te dalen dat rigoureuze maatregelen nodig zijn. Het stilleggen van vier van de zes verbrandingslijnen stond niet op de agenda, maar het lijkt de enige manier om zeker te zijn dat de brandjes, ongelukken en veiligheidsrisico’s tot het verleden gaan behoren. Achteraf blijkt dit een juiste inschatting. “Dit heeft een directe ingreep tot stillegging van de OD voorkomen,” zegt de inspectie als de sluiting bekend wordt gemaakt. Ergo: als Dirix het zelf niet had gedaan, had de inspectie AEB stilgelegd.

 

Het besluit van Dirix komt daadkrachtig over, tegelijkertijd is het controversieel. 

Never waste a good crisis, leren managers op school. Als de nood hoog is, moet je doorpakken. Maar een zwak punt is dat Dirix op dat moment geen plan heeft voor hoe het nu verder moet. Zijn idee is dat de twee overgebleven verbrandingslijnen afdoende zijn voor het verbranden van het huisvuil van Amsterdam en omliggende gemeenten die klant zijn. Voor alle andere afvalstromen die eindigen in de ovens van AEB, zoals rioolslib en bedrijfsafval, één miljoen ton per jaar, is nog geen oplossing.

 

Dat is de stand van zaken als Dirix zich meldt bij Amsterdam, enige aandeelhouder en dus eigenaar van AEB. In het weekend krijgen medewerkers van de afdeling Deel­nemingen, die de dochterbedrijven van de gemeente beheert, een appje. Kort daarop wordt wethouder Udo Kock (D66) ingelicht. Die ontbiedt meteen na het weekend de AEB-top in de Stopera.

Maandagmiddag 24 juni ontvangt de wethouder AEB-directeur Paul Dirix en de voorzitter van de raad van commissarissen, Yvonne Timmerman-Buck. Het plan dat zij dan hebben bedacht en aan Kock presenteren is beknopt: AEB heeft zo snel mogelijk 150 miljoen euro nodig, zodat het in zes tot negen maanden tijd alle technische installaties up-to-date kan brengen.

Asset Management Systems: See The Line of Sight-Deepening the subject

 

Kock verslikt zich bijna van woede als hij het verzoek van de twee aanhoort. 

Het verzoek is namelijk niet voorzien van een onderbouwing van de kosten of een inventarisatie van de gevolgen. Niet de reparaties, maar het omzetverlies is de grootste kostenpost. Elke maand dat de ovens uit staan, kost ruim 13 miljoen euro omdat AEB geen rekeningen kan sturen voor het verbranden van afval. Ook wordt er geen elektriciteit opgewekt. Dirix en Timmerman leggen wel een impliciet dreigement op tafel: als de gemeente niet betaalt, kan AEB niet anders dan surseance aanvragen, de opmaat naar een faillissement. Dat zou betekenen dat ook het huishoudelijk afval niet verbrand kan worden en in de straten blijft liggen, voor de gemeente een doemscenario.

Kort daarop, 27 juni, is er een aandeelhoudersvergadering. Ook dan is er nog geen uitgewerkt plan. De gemeente moet zelf inventariseren wat de gevolgen zijn voor Amsterdam van het stilleggen van 70 procent van de verbrandings­capaciteit van AEB.

Alleen al de hitte uit de ovens van AEB is van vitaal belang voor de stad. Via de stadsverwarming worden daarmee 35.000 huishoudens verwarmd. Later komen daar de verwerking van riool­slib en het storten van bedrijfsafval bij. Het wegvallen van de AEB-ovens dreigt een landelijke afvalcrisis te ontketenen. Het stadsbestuur is geschokt door de drastische beslissing die ­Dirix heeft genomen, zonder eerst een plan te verzinnen.

Toch draagt ook Amsterdam grote verantwoordelijkheid voor de problemen bij AEB. Tot 2014 was het bedrijf een gemeenteafdeling. Formeel werd AEB daarna onafhankelijk, maar zelfstandig is het nooit echt geworden. Dat schetsen twaalf betrokken uit verschillende lagen van het bedrijf in gesprek met Het Parool als de werkelijke oorzaak van de problemen rond AEB. De afvalcrisis die Dirix in gang zet, zien ze als een symptoom van een probleem dat al veel langer speelt. Ook na de verzelfstandiging van 2014 blijft AEB de speelbal van het stadsbestuur die het altijd was. Amsterdam is AEB’s enige aandeelhouder, maar ook schuldeiser en de grootste klant. De stad eiste een hoog rendement, maar legde tegelijk ook 

hoge duurzaamheidsambities op aan AEB. Geld verdienen, vooropgaan op weg naar een circulaire economie én de 25 jaar oude machines up-to-date houden: AEB moest het allemaal tegelijk doen. “De ene keer werd AEB heel kritisch onderhouden over de cijfers en wilde de gemeente meer dividend,” herinnert een direct betrokkene uit die tijd. “De wethouder Duurzaamheid gedroeg zich intussen als een opdrachtgever van AEB om nieuwe, groene projecten te starten.” Als grootste klant van AEB drong Amsterdam dan weer aan op lage tarieven voor de verbranding van afval en hield altijd de mogelijkheid open om een andere afvalverwerker op te zoeken.

 

Waar zijn voorgangers zich vanaf de verzelfstandiging in 2014 in alle bochten wrongen om tegemoet te komen aan de wensen van de gemeente, besluit Dirix eind juni dat op dezelfde voet voortgaan onverantwoord is. Woedende wethouders en een landelijke afvalcrisis ten spijt, het brengt Dirix tot een radicale conclusie: zo kan het niet langer.

 

Die stapeling van drie grote ambities – rendement, duurzaamheid en een betrouw­bare vuilverbranding – is een last waar AEB al sinds 2003 onder ­gebukt gaat. 

In dat jaar besluit de gemeente tot de bouw van een nieuwe, tweede afvalverbrandingscentrale. Deze hoogrendementscentrale, gereed in 2007, wordt gepresenteerd als een wonder van techniek dat met on­geëvenaarde efficiëntie afval kan omzetten in energie. De oude centrale uit 1993 was ruim voldoende voor het Amsterdamse huisvuil, maar die ovens waren zo lucratief dat de stad nóg meer wil profiteren.

Het gevolg is dat AEB de afvalmarkt op moet om de ovens te vullen. Als de nieuwe centrale na tegenslag in 2009 eindelijk op volle toeren draait, zijn inmiddels zoveel afvalverbranders bijgebouwd dat de verdiensten voor AEB zwaar tegenvallen. Tot overmaat van ramp breekt de economische crisis uit, zodat er veel minder afval is en ook de opbrengsten van de elektriciteit die AEB opwekt, diep wegzakken.

Het brengt het stadsbestuur in juli 2009 tot het besluit om af te zien van de verzelfstandiging die was gepland. Het tekent de wispelturigheid waarmee de stad omspringt met AEB. In april van dat jaar was nog besloten dat AEB begin 2010 zelfstandig moest zijn.

In 2014 komt het alsnog zo ver. Nog altijd zijn de verwachtingen binnen het stadsbestuur hooggespannen. “Garbage is gold,” zei verantwoordelijk wethouder Carolien Gehrels (PvdA) in 2012 trots tegen de Financial Times.

 

Rond de verzelfstandiging is voor het eerst vastgelegd dat AEB voorop moet lopen bij de verduurzaming van Amsterdam.

 In 2009 was de klimaattop van Kopenhagen, klimaatverandering staat wereldwijd hoog op de politieke agenda. De gemeente – GroenLinks zit in de coalitie – beschouwt AEB daarbij als de belangrijkste knop om aan te draaien.

De dienst AEB is in aanloop naar 2014 klaargestoomd voor een ‘Transitiescenario’, waarbij de ovens uiteindelijk gesloten worden en de centrale verandert in een grondstoffenfabriek, waar afval gescheiden en opgewaardeerd wordt tot nieuwe producten. Hiervoor is het gek genoeg juist nodig dat AEB op de korte termijn méér afval gaat aantrekken, ondanks de slechte markt. AEB doet dat door de import van Brits afval, zo’n 200.000 ton per jaar, en probeert via lage prijzen klanten op de Nederlandse markt naar Amsterdam te lokken.

Adviesbureaus PwC, USI én KPMG waarschuwen in 2012 allemaal dat de gemeente wel erg positief is over het Transitiescenario. Maar het stadhuis zet door, met overweldigende steun uit de gemeenteraad. Alle partijen met uitzondering van de SP stemmen voor. Per 1 januari 2014 is de AEB Holding NV een feit, met Jeroen de Swart als ceo.

 

Maar logischerwijs zit de ambtelijke cultuur nog diep in de vezels. Het achterstallig onderhoud waarover de OD in 2019 klaagt, zit niet alleen in de machines, maar ook in de organisatie. 

Decennialang waren de medewerkers van AEB immers ambtenaren, met een heel andere mentaliteit dan in een commerciële fabriek. Een scan die begin 2014 wordt uitgevoerd door een externe adviseur, wijst uit dat op 22 punten niet wordt voldaan aan de basale voorschriften die gelden in de procesindustrie. Helmen, veiligheidsbrillen, handschoenen, het is allemaal niet vanzelfsprekend en wordt nauwelijks gehandhaafd.

Het personeel laat zich weinig zeggen, de cultuur van 2014 lijkt op die van de geplaagde brandweer Amsterdam-Amstelland. Ook bij AEB worden het fabrieksterrein en de machines gebruikt om op zaterdag aan oude auto’s te klussen, herinnert een naaste betrokkene zich. Ook bij AEB heerst een machocultuur, die vooruitgang en vernieuwing op z’n best sceptisch benadert en in het uiterste geval blokkeert. Het komt regelmatig voor dat het brandalarm gaat, zodat de hele fabriek ontruimd moet worden. Maar controles achteraf wijzen dan uit dat er helemaal geen brand was op de plek waar het alarm was ingedrukt. Het gebeurde opzettelijk, om een rookpauze af te dwingen…..lees verder voor het volledige artikel

Klik hier voor het volledige artikelDiscuss or give your opinionFollow on FacebookFollow on Twitter

 

Verwante Artikelen