Het Assetmanagement omvat processen en activiteiten die ervoor zorgen dat er waarde wordt gecreëerd uit Assets. De wijze waarop de waardecreatie plaatsvindt is complex en bedrijfsspecifiek waarbij het technisch beheer en onderhoud een bijdrage in levert in de waardecreatie. Gezien vanuit dit perspectief zijn het geen kosten maar een bijdrage in waarde. Assetmanagement is een keten van processen en activiteiten die zijn oorsprong vindt in de organisatiedoelstellingen vastgesteld door de directie die uiteindelijk op het kleinste onderdeel van de Asset bij het beheer en onderhoud tot uitvoering worden gebracht.

In het geval dat het technisch beheer en onderhoud wordt uitbesteed is het van belang dat op verschillende organisatieniveaus de performance van de opdrachtgever én opdrachtnemer vastgesteld kan worden. Weten waar je staat als opdrachtgever en/of opdrachtnemer tijdens de verschillende contractfase is bepalend in welke mate er bijgestuurd of verbeterd moet worden. Door “gebreken” of “symptomen van gebreken” aan processen en activiteiten van het Assetmanagement en het onderhoudscontract te bepalen kan vastgesteld worden in welke mate een proces of activiteit bijdraagt (zijn performance levert)  aan de waardecreatie. Met de te leveren performance wordt bedoeld in welke mate de opdrachtgever en opdrachtnemer er in slagen om de processen en activiteiten die het Assetmanagement en het onderhoudscontract omvatten optimaal uit te voeren. Om dit te kunnen doen is er een bepalingsmethode nodig die van het Assetmanagement gebreken en symptomen van gebreken kan classificeren.

Rekenmethode Assetmanagement (Klik om te vergroten)
Rekenmethode Assetmanagement (Klik om te vergroten)

Een methode die gebaseerd is op het bepalen van gebreken of symptomen van gebreken, een uitspraak kan doen over de omvang van het aantal elementen en op verschillende aggregatieniveaus een uitspraak over de conditie van die elementen is de conditiemeting NEN 2767. De conditiemeting is een bepalingsmethode die aan de hand van gebreken en symptomen van gebreken in staat is om op verschillende aggregatie niveaus een uitspraak te doen over de technische kwaliteit ongeacht het type of kenmerk van een element of bouw,- en installatiedeel.

Door deze bepalingsmethode van de conditiemeting dusdanig aan te passen en geschikt te maken voor het Assetmanagement en technisch beheer en onderhoud ontstaat er een gebrekenmethode die een uitspraak kan doen over de kwaliteit van de processen, activiteiten en het onderhoudscontract. Vooralsnog wordt deze methode “Rekenmethode Assetmanagement” genoemd en is het antwoord op de opdrachtformulering van het onderzoek. Deze oplossingsrichting biedt een referentiekader waaraan de kwaliteit van technisch beheer en onderhoudsconcepten getoetst kunnen worden in de ContractVormingsfase (CV), ContractImplementatiefase (CI) en ContractRealisatiefase (CR). De oplossingsrichting, de rekenmethode Assetmanagement, blijft zoveel als mogelijk binnen de structuur van de conditiemeting en bestaat dus uit twee delen. Net als in de conditiemeting definieert deel 1 de methode en het referentiekader van de conditiescores maar dan voor het Assetmanagement en het technisch beheer en onderhoud. Deel twee omvat de gebreken van het Assetmanagement en het technische beheer en onderhoud.

 

Opdrachtformulering onderzoekstraject :

“Stel het referentiekader (meetlat) op waaraan de kwaliteit van technisch beheer & onderhoud concepten getoetst kunnen worden, bijvoorbeeld Maincontracting, bij invoering tot volwassenheid van deze concepten. Het ontwikkelde referentiekader moet toepasbaar zijn voor de overheid, (commerciële) vastgoedeigenaren en leveranciers van technisch beheer & onderhoudsdiensten.”

 

 

Verkenning Rekenmethode Assetmanagement

1. Inleiding

In de opdrachtformulering van het onderzoek wordt er gesproken over een referentiekader (meetlat) waaraan de kwaliteit van technisch beheer & onderhoud concepten getoetst kunnen worden. Met deze onderhoudsconcepten worden bedoeld  de uitbestedingsvorm als het technisch eheer en onderhoud wordt uitbesteed in bijvoorbeeld inspanningscontracten, resultaatscontracten, prestatiecontracten, integraal beheer contracten, maincontracting enz. De vraag hierbij is of er een bestaande methode is of ontwikkeld moet worden die aan de hand van een referentiekader onderhoudsconcepten kan toetsen. In de begin fase van het onderzoek zijn diverse oplossingsrichtingen beschouwd echter moest vastgesteld worden dat deze te complex of te omvangrijk waren om binnen de gestelde tijd te kunnen valideren.

Om dit te ondervangen is gekeken naar een bestaande en een door de markt geaccepteerde methode die op verschillende aggregatieniveaus een uitspraak kan doen over de technische kwaliteit van Assets ongeacht de typering van het element. Een norm en methode die hiervoor het meest in aanmerking komt is de NEN 2767. De conditiemeting NEN 2767 is in staat om een uitspraak te doen over de technische conditie van elementen ongeacht hun type of materiaal soort. Het maakt voor de conditiemetig niet uit of het gaat om een raamkozijn, brandhaspel, lamp of liftkabel. Wat de conditiemeting niet kan of voor is ingerichtt is het toetsen van onderhoudsconcepten. Een oplossingsrichting kan zijn om de NEN 2767 te transfomeren in een bepalingsmethode voor Assetmanagement. Door uitgangspunten, en/of delen, van de NEN-ISO55000 te integreren in de NEN 2767 methode kan het Assetmanagement getoetst worden. De NEN-ISO55000 definieert en omschrijft Assetmanagement die toepasbaar is op elke Asset. Door de NEN-ISO 55000 te integreren blijft de methode van de NEN 2767 in takt en wordt het Assetmanagement en de daar aan verbonden onderhoudsconcepten “meetbaar”.

Op deze wijze ontstaat er een “Rekenmethode Assetmanagement” die identiek is aan de conditemeting NEN 2767 echter is de toepasbaar voor de processen en onderhoudsactiviteiten die het Assetmanagement omvatten.

In onderstaande figuur is op drie niveau’s de analogie gevisualiseerd tussen de NEN 2767 en de Rekenmethode Assetmanagement. Dit zijn :

  1. De analogie  tussen de levensduur van het onderhoudcontract en de technische levensduur van bouw, en installatiedelen
  2. De analogie tussen de delen 1 & 2 (methode en gebrekenlijst) van tekenmethode Assetmanagement en de NEN 2767
  3. De analogie tussen de structuur van de evaluerende variabelen Assetmanagement en de technische elementstructuren op diverse aggregatieniveaus

Figuur 1 : Overzicht analogie NEN 2767 en Rekenmethode Assetmanagement.

 

1.1     Beknopte toelichting conditie meting conform de NEN2767 en NEN 2767-2

Binnen de B&U wordt veel gebruik gemaakt van de conditiemeting NEN 2767. Toepassingsgebieden is het inzicht te krijgen in de technische conditie van Assets, het bepalen van toekomstige vervangingen (MJOB) of bij aanbestedingen omdat de conditiemeting een uitspraak doet over het aantal elementen en hun conditie wat wordt aanbesteed. De methode is binnen de B&U gerespecteerd en wordt ook wel de “gebrekenmethode” genoemd omdat het een bepalingsmethode is van gebreken of symptomen van gebreken. De gebreken worden vastgesteld tijdens de een inspectie van een discipline. Dit kunnen zijn bouwkunde, elektrotechniek, werktuigbouwkunde en transport. Een gebrek wordt aan de hand van drie gebrekenparameters vastgesteld. De gebrekenparameters zijn:

Tabel 1
Tabel 1 (Klik om te vergroten)
  1. De ernst van een gebrek
  2. De omvang van een gebrek
  3. De intensiteit van een gebrek

 

Iedere gebrekenparameter heeft zijn eigen kwalitatieve classificatie.

De gebrekenparameter ernst is verdeel in drie klassen ; ernstig, serieus en gering. De gebrekenparameter omvang kent vijf klassen in een range tussen 0 en 100% en wordt uitgedrukt in incidenteel, plaatselijk regelmatig, aanzienlijk of algemeen.  De gebrekenparameter intensiteit kent drie klassen verdeeld over beginstadium, midden stadium en hoog. De gebreken zelf zijn ingedeeld in soorten en vormen daarmee een raamwerk, het zogenaamde “gebrekenraamwerk”. In dit raamwerk zijn de gebrekensoorten getypeerd in ernstige, serieuze en geringe gebreken. Er zijn 12 gebrekensoorten gedefinieerd. Deze gebrekensoorten zijn :

 

Ernstige gebreken

  1. Werking primair
  2. Constructief primair
  3. Materiaalintrinsiek
  4. Basiskwaliteit
Serieuze gebreken

  1. Werking secundair
  2. Constructief secundair
  3. Materiaaloppervlak
  4. Basiskwaliteit en veroudering onderdelen
Geringe gebreken

  1. Onderhoud
  2. Afwerking
  3. Basiskwaliteit en veroudering subonderdelen
  4. Verval

 

GSC
Figuur 1 : Conditie NEN 2767 (Klik om te vergroten)

De conditie van een element wordt aan de hand van de classificatie gebreken hun ernst, intensiteit en omvang rekenkundig middels correctie tabellen in een zespuntschaal uitgedrukt. Deze zespuntschaal van 1 tot 6 representeren de conditieniveau 1 (nieuwbouwstaat) en conditieniveau 6 slechtst aan te treffen conditie. In tabel 1 is aangegeven welke conditieniveaus door de NEN 2767 ordinaal worden onderscheiden.  In deel 2 van de NEN 2767 zijn per discipline de elementen en hun gebreken gedefinieerd. De disciplines zijn Bouwkunde, Elektrotechniek, Werktuigbouwkunde en Transport.Wanneer van bouw- en installatiedelen de condities zijn vastgesteld is het mogelijk om op verschillende aggregatieniveaus een uitspraak te doen over de condities van groepen elementen3. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn :

  • elementen,
  • elementgroepen,
  • delen van gebouwen2,
  • gebouwen als geheel of
  • of een groep van gebouwen
NEN Aggregatie toestanden
Figuur 1.1 Aggregatie van conditie (Klik om te vergroten)

 

De bepaling van de totale conditiescore wordt ook wel geaggregeerde conditiescore genoemd. Het aggregeren vindt plaats op grond van vervangingswaarden.Hierdoor is is de NEN 2767 in staat is om een uitspraak te doen over verschillende soorten elementen ongeacht het soort element binnen een technische discipline. Een baksteen, liftkabel, glasbewassingsinstallatie, schilderwerk, noodstroomaggregaat, koelmachine etc kunnen geaggregeerd kunnen worden naar een enkel conditiegetal. Indien nodig kan een gehele assetportefeuille  uitgedrukt worden in een conditie getal.

 

1Zie NEN 2767-2 Tabel 1.

2Assets.

3Zie NEN 2767-1 paragraaf 5.4  

 

 

2. Analogie en relaties opdrachtformulering, onderzoeksresultaten en de NEN2767.

Een mogelijke oplossingrichting en aanpak om de opdrachtformulering (en bijbehorende onderzoeksresultaten) vorm en inhoud te geven kan de NEN 2767 methode zijn. Eigenschappen van de  NEN2767 zoals de gebrekenparameters en gebrekensoorten in het gebreken raamwerk die een uitspraak over de technische kwaliteit van elementen tot een gehele assetportefeulle kunnen de basis zijn voor de oplossingsrichting. In het geval dat de NEN 2767 methode wordt gebruikt als oplossingsrichting mag er aan de methode niets gewijzigd worden en mogen alleen de  variabelen worden vervangen. In dit geval zouden deze variabelen  zijn :

  • De bouw,-en installatie delen BEKT die in hun samenhang een asset en zijn benoemd in de NEN-2767-2 tabel 1.
  • De bijbehorende gebreken van deze bouw-en installatiedelen zoals omschreven in de NEN 2767-2 bijlagen A, B,C en D.

 

2.1     Opdrachtformulering en onderzoeksresultaten.

In het onderzoeksplan V0.23 en de samenwerkingsovereenkomsten zijn de opdrachtformulering en onderzoeksresultaten gedefinieerd en vastgelegd. De vraag is of de opdrachtformulering en de onderzoeksresultaten passen binnen de NEN 2767 methode. In deze paragraaf zijn de opdrachtformulering en onderzoeksresultaten benoemt en wordt navolgende hoofdstukken ingegaan of de NEN 2767 gebruikt kan worden als methode.

 

2.1.1    Opdrachtformulering

Opdrachtformulering onderzoekstraject :

“Stel het referentiekader (meetlat) op waaraan de kwaliteit van technisch beheer & onderhoud concepten getoetst kunnen worden, bijvoorbeeld Maincontracting, bij invoering tot volwassenheid van deze concepten. Het ontwikkelde referentiekader moet toepasbaar zijn voor de overheid, (commerciële) vastgoedeigenaren en leveranciers van technisch beheer & onderhoudsdiensten.”

 

 

2.2 Relaties onderzoek en de NEN2767 methode

QFD 55000 en NEN2767
Figuur 2.1 QFD : Relaties NEN ISO 55000 en de NEN2767 (Klik om te vergroten)

De variabelen die worden toegepast bij de NEN 2767 zijn de bouw-en installatie delen (BEKT) en de bijbehorende  gebreken zoals vastgelegd in de NEN 2767-2. Voorliggende vraag is wat de relaties zijn tussen opdrachtformulering (en onderzoeksresultaten) en de NEN 2767. In figuur 2.1 zijn de opdrachtformulering (en de onderzoeksresultaten) afgezet tegen de variabelen van de NEN 2767 in een QFD die vervangen kunnen worden. Uit deze matrix kunnen een aantal relaties worden vastgesteld. Onderstaand zijn op hoofdlijnen de relaties tussen het onderzoek en de NEN 2767 per onderzoeksresultaat weergegeven :

  • Een sterke relatie is dat zowel het onderzoek als ook de toepassingsgebieden van de NEN2767 binnen het domein technisch beheer & onderhoud van assets vallen. Op dit vlak is er bijvoorbeeld de relatie dat aan de bouw,- en installatiedelen waar technisch beheer & onderhoud aan uitgevoerd wordt onderhoudsconcepten gedefinieerd zijn door de elementlijsten in NEN 2767-2.
  • De opdrachtformulering vraagt om de ontwikkeling van een referentiekader (meetlat) waaraan het technisch beheer & onderhoud aan getoetst kunnen worden. De NEN 2767 heeft een referentiekader (meetlat) in de vorm van een ordinale zespuntschaal die een uitspraak doet over de technische kwaliteit van bouw- en installatieonderdeel, een asset of een assetportefeuille.
  • Het eerste onderzoeksresultaat definieert op welke fundamentele uitgangspunten het concept Maincontracting is gebaseerd. De NEN 2767 is gebaseerd op de vier hoofd disciplines BEKT waarbij ieder discipline is onderverdeeld in bouw,-en installatie delen. Een voorbeeld hiervan is gegeven in figuur 2.2. die rechtstreeks is afgeleid van tabel 1 NEN 2767-2. Om de NEN 2767 methode toe te kunnen passen zal er een equivalent voor de hoofddiscipline(s) BEKT gedefinieerd moeten worden om binnen de structuur  van de NEN 2767 methode te blijven.
  • Het tweede onderzoeksresultaat vraagt definieert waaraan het concept Maincontracting moet voldoen; anders gezegd wanneer is het succesvol, optimaal, vrij van gebreken en wanneer zijn gebreken onderkend en geaccepteerd binnen het kader van de organisatiedoelstellingen. Conform de NEN 2767 methode is de conditie afhankelijk van het aantal gebreken aan een bouw- en installatiedeel. En gebrek wordt geclassificeerd in ernst, omvang en belang. Afhankelijk van vervangingswaarde om het gebrek op te lossen en een aantal herleidingstabellen wordt de uiteindelijke conditie vast gesteld. Hierbij bepalen de organsiatiedoelstellingen welke gebreken gerechtvaardigd zijn binnen de conditie. Te denken valt bijvoorbeeld aan een slechte conditie van het schilderwerk omdat de asset op korte termijn wordt gerenoveerd of verduurzaamd. Men accepteert dan de slechte conditie omdat binnen afzienbare tijd het probleem wordt
    Mindmap Groeimodel 2
    Figuur 2.2 Elementstructuur Bouwkunde. (Klik om te vergroten)
    opgelost. Een equivalent hiervoor is dat gebreken in de performance of uitvoering van het concept Maincontracting worden geaccepteerd. Een voorbeeld kan zijn dat bepaalde gebreken van een hoofddiscipline die het assetmanagement of het concept Maincontracting negatief beïnvloeden worden onderkend en niet opgelost. Reden hiervoor kunnen zijn dat er een theoretisch optimum is bereikt of dat de gebreken gerechtvaardigd worden door het strategisch kader.
  • De relatie tussen het derde onderzoeksresultaat en de NEN 2767 ligt in het verlengde van het tweede onderzoeksresultaat. Bij de NEN 2767 is na inspectie bekend welke gebreken een conditiebepaald. Een integrale vervangingsmaatregel kan de conditie na positief beïnvloeden en de technische geaggregeerde conditie verbeteren. Het oplossen van gebreken binnen het concept zou hetzelfde effect hebben. Wanneer gebreken in de voorwaarden, uitvoering, uitgangspunten e.d. niet worden opgelost is er een ondermaatse performance. Deze gebreken zijn bekend en vooraf gedefinieerd omdat deze net als de NEN 2767-2 bijlage A, B, C en D vaststaan.
  • De relatie vierde onderzoeksresultaat tussen de  NEN 2767 is feitelijk het Aspect en Prioriteiten diagram die van toepassing zijn op de gebreken. Om optimaal een vastgestelde conditie of risico na te leven si het van belang dat het management strategische kaders definieert waarin bijvoorbeeld prioriteiten en risico’s zijn vastgelegd. Bij het concept Maincontracting moet dus vastgesteld worden wat belangrijk, waardevol, risicovol is om de uitvoering van het concept Maincontracting een verlengde wordt van de gedefinieerde doelstellingen.
  • De relatie van het vijfde onderzoeksresultaat met de NEN 2767 ligt besloten in de doelstellingen van de NEN2767 en de competenties die daarvoor nodig zijn. Om gebreken, risico’s e.d. gedegen vast te kunnen stellen en te interpreteren  conform de gebrekenlijst moet men de juiste vakinhoudelijk competenties hebben. Wanneer de juiste competenties niet aanwezig zijn worden gebreken niet goed vastgesteld. Vergelijkbaar is de uitvoering van het concept Maincontracting; indien niet de juiste competenties aanwezig zijn kan de uitvoering minder succesvol zijn of in het ergste geval worden ontbonden.

 

3. Verdieping methodologie : gebaseerd op de NEN2767.

In paragraaf 2.2 zijn een aantal relaties tussen de opdrachtformulering en de conditiemeting NEN 2767 toegelicht. Deze relaties zijn aanknopingspunten die mogelijkerwijs een methodologische oplossing kunnen zijn om de meetlat (referentiekader) en het model verder vorm te geven zoals in paragraaf 2.2 omschreven. In navolgende paragrafen worden de relaties nader toegelicht in de context van de opdrachtformulering en de onderzoeksresultaten.

 

3.1     Referentie kader kwaliteit en groeimodel.

Groeimodel 10
Figuur 3.1 Groeimodel Assetmanagement (Klik om te vergroten)

Het referentiekader (meetlat) wat technisch beheer & onderhoud en onderhoudsconcepten kan toetsten maar ook welke processen en activiteiten  geoptimaliseerd kunnen (of moeten) worden heeft overeenkomsten met de gebrekenmethodiek NEN 2767. De NEN 2676 is gebaseerd op het principe dat de geclassificeerde gebreken de conditie van bouw- en installatiedelen bepalen. Dus niet de levensduur is dominant of de omstandigheden maar het aantal gedefinieerde gebreken die rekening houdt met de  ernst, omvang en intensiteit van het gebrek. Levensduur kan wel uitdrukking geven aan de contractperiode of de duur van de overeenkomst.  Wanneer als uitgangspunt de levensduur kromme van de NEN 2767 wordt gespiegeld in de X-as en tevens als contractduur wordt beschouwd ontstaat er een kromme die de reciproque is van de technische levensduur van elementen. De levensduur kromme start  bij conditie niveau 1 en eindigt na zijn levensduur in conditie 6. In spiegelbeeld zoals weergegeven in figuur 3.1 start de levensduur van het contract in conditie niveau 6.

Reden en tevens als voorbeeld voor deze benadering is dat dat er gestart wordt op conditie niveau 6, is dat bij contract implementatie alle gebreken die mogelijk zijn ook daadwerkelijk aan de orde zijn. Dit is aan de orde totdat  de opdrachtgever, opdrachtnemer en klant gezamenlijk geconstateerd hebben dat een bepaald gebrek aan processen en activiteiten verholpen of geaccepteerd is. Zodra een gebrek door een gezamenlijke inspanning is opgelost of geaccepteerd neemt de performance toe. De performance neemt toe van conditie 6 naar conditie 1. Door stelselmatig de gebreken aan processen en activiteiten te verhelpen door de ernst, intensiteit en omvang van dat gebrek te verminderen draagt dit bij aan de performance en wordt er stelselmatig geoptimaliseerd. Op deze wijze ontstaat er een meetlat voor kwaliteit van het technisch beheer & onderhoud waaraan bijvoorbeeld het concept Maincontracting aan getoetst kan worden. Daarnaast ook een groeimodel die de verschillende contract fases ContractVorming (CV), ContractImplementatie (CI) en de ContractRealisatiefase (CR) kan optimaliseren.

 

3.2 Integratie fundamentele uitgangspunten onderhoudsconcepten.

GPS
Figuur 3.2 : Geaggregeerde Performance Score – GPS (Klik om te vergroten)

In voorgaande paragraaf zijn de relaties tussen de levensduurkromme en contractperiode, relatie bouw- en installatiedelen (BEKT) en processen en activiteiten en de performance door opdrachtgever en opdrachtnemer toegelicht. Vraag is nu wat de variabelen of evaluerende variabelen zijn van onderhoudsconcepten als inspanninngcontracten, prestatiecontracten, maincontract of andere soortgelijk onderhoudsconcepten zodat deze de plek overkunnen nemen van de NEN 2767 variabelen. Antwoord op de vraag moet gezocht worden in de structuur van de NEN 2 en deze relateren aan het technisch beheer en onderhoud binen de kaders van het Assetmanagement.

De conditiemeting NEN 2767-2 deelt de variabelen in vier technische disciplines, nl : Bouwkunde, Elektrotechniek, Werktuigbouwkunde en Transport. Tevens worden in deel 2 de gebreken aan deze technische elementen toegevoegd inclusief de geclassificeerde gebreken. Door de analogie moeten er dus gelijkwaardige variabelen worden gedefinieerd binnen het Assetmanagement om de  “Geaggregeerde Performance” in een conditie te kunnen bepalen. Met andere woorden een conditiemeting voor technisch beheer concepten binnen het kader van het Assetmanagement. Feitelijk niet het bepalen van gebreken of symptomen van gebreken aan bouw,-en installatiedelen maar het vaststellen van gebreken aan processen en activiteiten. Als equivalent van bouw,- en installatiedelen (BEWT) zouden bijvoorbeeld de uitgangspunten van assetmanagement vastgelegd in normen of richtlijnen als Evaluerende Variabelen gebruikt kunnen worden. Indien noodzakelijk kunnen er bedrijfsspecifieke variabelen toegevoegd worden. Per uitgangspunt kunnen de gebreken worden gedefinieerd met bijbehorende belang, intensiteit, omvang etc etc. Met deze aanpak ontstaat een structuur en aanpak die nagenoeg overeenkomst met de de NEN 2767. Deze is weergegeven in figuur 3.2. en is het tegengestelde van figuur 1.

NEN Aggregatie toestanden 5500 1.0
Figuur 3.3 : Aggregatie van Evaluerende Variabelen (Klik om te vergroten)

Door alleen de variabelen aan te passen blijft de methode in tact, wordt niet aangetast en hoeft daardoor niet gevalideerd te worden. De wijze van werken en toepassen van de methode blijft hetzelfde. Feitelijk moet er alleen een equivalent voor de bouw-en installatiedelen (BEKT) worden gedefinieerd, de zogenaamde Evaluerende Variabelen met bijbehorende gebreken.  Voor deze benadering moet er dus voor iedere bouw- en installatiedeel die wordt omvat voor een  technische discipline zoals BEKT een equivalent worden vastgesteld en het technische beheer en onderhoud representeert binnen de kaders van het Assetmanagement. Een dergelijk equivalent is dus een abstracte weergave van een fundamentele bouwsteen waaruit het Assetmanagement bestaat. Om binnen de methode te blijven kan dit zijn :

  1. Bbouwkunde  – Evaluerende Variabele 1
  2. Eelektrotechniek  – Evaluerende Variabele 2
  3. Wwerktuigbouw  – Evaluerende Variabele 3
  4. Ttransport  – Evaluerende Variabele 4

De vraag bij deze benadering welke equivalenten van BEWT oftewel EV’s omvatten het assetmanagement die de performance weer kunnen geven.

 

3.2.1 Evaluerende Assetmanagement variabelen

In voorgaande paragraaf is de benadering toegelicht hoe mogelijkerwijs de NEN 2767 methode gebuikt kan worden als methodologie voor de opdrachtformulering. De vraag hierbij is wat de drawit-diagram-46equivalenten zouden kunnen zijn voor de BEKT die de asset omvat. Een equivalent van alle bouw-en installatiedelen zouden de fundamentele uitgangspunten van het assetmanagement kunnen zijn zoals de NEN-ISO55000 paragraaf 2.4.2. deze omschrijft. De NEN-ISO55000 definieert de fundamentele eigenschappen van het assetmanagement in een viertal begrippen. Deze begrippen zijn :

  1. Waarde
  2. Afstemming
  3. Leiderschap
  4. Waarborging

Deze begrippen omvatten de algehele performance van een asset gedurende zijn gehele levensduur waarbij de performance bepaald wordt door de prestaties van techniek en mens. Wanner deze equivalenten worden beschouwd als bouw,-en installatiedelen ontstaat de volgende analogie :

 

 

 

 

Opgemerkt moet worden dat er geen directe relatie tussen de bouw- en installatie delen en een Evaluerende Variabele. De volgorde is gekozen vanuit de NEN 2767 en de NEN-ISO55000. De betekenis van de fundamentele uitgangspunten van het assetmanagement zoals de NEN-ISO 55000 deze omschrijft is alsvolgt gedefinieerd:

drawit-diagram-49
Figuur 3.4 Analogie NEN 2767 en NEN-ISO 55000
  1. EV1 : Waarde : Assets zijn er om waarde te creëren voor de organisatie en de stakeholders. Assetmanagement is niet gericht op het asset op zich, maar op de waarde die het asset voor de organisatie kan opleveren.
  2. EV2 Doelstelling : Assetmanagement vertaalt de organisatie doelen in integrale technische en financiële besluiten, plannen en activiteiten. Integrale assetmanagement‐beslissingen (technisch, financieel en operationeel) maken gezamenlijk mogelijk maken dat de doelstellingen van de organisatie worden bereikt.
  3. EV3 Leiderschap : Leiderschap en de cultuur op de werkplek zijn bepalende factoren voor het realiseren van waarde. Leiderschap en commitment van managers op alle niveaus zijn essentieel om assetmanagement op geslaagde wijze te kunnen instellen, uitvoeren en verbeteren binnen de organisatie. De leiderschapsstijl van de organisatie moet aansluiten op de doelstellingen van de organisatie.
  4. EV4 Borging : Assetmanagement waarborgt dat de vereiste functie van de asset voldoet.

In figuur 3.4 zijn de equivalenten van de bouw- en installatiedelen conform de NEN 2767 en de fundamentele uitgangspunten van het Asset Management gevisualiseerd als equivalenten.

 

 

 

 

3.2.2 Subverdeling Evaluerende Variabelen

Conform de NEN 2767 methode zijn de bouw,- en installatie delen onderverdeeld in elementen waaruit een asset kan bestaan. Over het algemeen zal dit een samenstelsel zijn van elementen uit de vier hoofd disciplines BEKT zoals in figuur 3.2 is aangegeven. De vier hoofd disciplines BEKT zijn door de NEN 2767-2 onderverdeeld in de tabellen A t/m D van deze norm. Een equivalent hiervan zijn de omschrijvingen van een Evaluerende Variabele zoals de NEN-ISO55000 deze definieert :

EV1 : Waarde

  1. Een verklaring over hoe de assetmanagementdoelstellingen aansluiten op de organisatiedoelstellingen en het gebruik van een levenscyclusmanagementbenadering om waarde uit assets te realiseren
  2. Het inrichten van besluitvormingsprocessen die de behoeften van stakeholders weerspiegelen en waarde definiëren
drawit-diagram-50
Figuur 3.5 : Uitwerking NEN2767 en NEN-ISO55000

EV2 Doelstelling :

  1. Implementatie van op risico’s gebaseerde, door informatie gestuurde plannings- en besluitvormingsprocessen en -activiteiten die de organisatiedoelstellingen vertalen naar assetmanagementplannen.
  2. Het integreren van de assetmanagementprocessen in de functionele managementprocessen van de organisatie, zoals financiën, personeelszaken, informatiesystemen, logistiek en operationele activiteiten
  3. Het specificeren, ontwerpen en implementeren van een ondersteunend assetmanagementsysteem

EV3 Leiderschap :

  1. Duidelijk gedefinieerde rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
  2. Erop toezien dat de werknemers beschikken over de juiste mate van bewustzijn, competenties en bevoegdheden
  3. Raadpleging van werknemers en stakeholders met betrekking tot assetmanagement

EV4 Borging :

  1. Het ontwikkelen en implementeren van processen die de vereiste doelen en prestaties van de assets met de organisatiedoelstellingen verbinden;
  2. Het implementeren van processen voor het waarborgen van capabiliteit tijdens alle fases van de levenscyclus;
  3. Het implementeren van processen voor monitoring en voor continue verbetering
  4. Het voorzien in de benodigde middelen en competente medewerkers om waarborging aan te tonen door assetmanagementactiviteiten uit te voeren en het assetmanagementsysteem te laten functioneren.

 

De onderverdeling van de evaluerende variabelen zijn per evaluerende variabele gedefinieerd conform de NEN-ISO55000. Iedere evaluerende variabele bestaat dus uit definities. Conform de NEN 2767 methode zijn de bouw- en installatie delen voorzien van gebreken en de gebreken op hun beurt voorzien van de ernst, omvang en intensiteit van het gebrek. Op dit punt zullen de omschrijvingen van een Evaluerende Variabele conform de NEN 2767-2 structuur voorzien moeten worden van gebreken. Zodra deze gebreken zijn gedefinieerd van de EV’s kan er door toepassing van de NEN 2767 methodiek een uitspraak over de mate van performance. De maatlat is hierbij, conform de NEN 2767, de ordinale zespuntschaal.

 

3.3     Waar moeten onderhoudsconcepten aan voldoen

Waar onderhoudsconcepten aan moeten voldoen is afhankelijk van de omstandigheden waarin de asset zich bevindt, het strategische kader van de asset en invloeden die de driehoek opdrachtgever, opdrachtnemer en klant uitoefenen op dit assetmanagement met daaraan gekopppeld het technisch beheer en onderhoud. Concreet zijn dit o.a. :

  1. De gebreken die het concept mag hebben zoals omschreven in paragraaf 4.2 conform de gebreken methodiek.
  2. De (strategische) kaders van het asset management zoals de NEN-ISO55000 deze definieert.
  3. De functionele ontwerpeisen van de te onderhouden elementen.
  4. Het commitment van de opdrachtgever, opdrachtnemer en de klant/gebruiker ten aanzien van het toe te passen concept.

Wanneer onderhoudsconcepten invulling en uitvoering kunen geven aan genoemde criteria, voldoet het onderhoudsconcept aan de gestelde eisen.

 

3.4     Een model waarmee processen integraal geoptimaliseerd kunnen worden.

De beoogde toe te passen methode zoals omschreven in paragraaf 3.2 zou processen kunnen optimaliseren. Zodra van de Evaluerende Variabelen bekend is wat de gebreken zijn kunnen deze geoptimaliseerd worden indien dit past binnen de strategische kaders van de Asset. Een tweede benadering kan zijn het vergelijken van de technische kwaliteit van het object en de performance van de geleverde prestatie door de opdrachtgever/opdrachtnemer. Omdat beide gegevens gebaseerd zijn op dezelfde methode zou het mogelijk zijn om deze te kunnen vergelijken. Echter deze laatste valt buiten de scope van het onderzoek.

 

3.5     Hoe het concept optimaal uitvoeren.

De mate waarin onderhoudsconcepten optimaal worden uitgevoerd is primair afhankelijk van de organisatiedoelstellingen. De organisatiedoelstellingen bepalen in welke mate onderhoudsconcepten succesvol zijn omdat de organisatiedoelstellingen de voorwaarden definieert en creëert van het onderhoudsucces. Denk hierbij aan organisatiestructuur, geld en middelen. Een onderhoudsconcepten in al zijn facetten maximaal uitvoeren zonder de strategische kaders in acht te nemen hoeft per definitie niet een wenselijk prestatie te zijn. In het geval dat op korte termijn de asset wordt gesloopt of gerenoveerd tijdens de overeenkomst is het de vraag of de gewenste performance maximaal is. Het is daarbij de vraag of de opdrachtgever en opdrachtnemer moeten streven naar conditie 1 in het leveren van performance; want waarom de maximale performance leveren als de asset op korte termijn wordt gesloopt of gerenoveerd. Met optimaal uitvoeren van het concept Maincontracting wordt in deze context bedoeld :

  1. welke activiteiten specifiek niet worden uitgevoerd
  2. welke technische condities worden gehandhaafd
  3. welke activiteiten niet worden uitgevoerd
  4. welke processen en activiteiten worden (bewust) niet geoptimaliseerd

Dus aan welke evaluerende variabele wordt prioriteit gegeven in de uitvoering door opdrachtgever en opdrachtnemer om het theoretisch optimum vast te stellen binnen het strategisch kader van de asset. Deze prioritering is  belangrijk voor de geaggregeerde performancescore. Een methode om het prioriteren van de evaluerende variabelen vast te stellen is de AHP (Analytisch Hiërarchisch Proces) methode zoals deze bij de Rgd-BOEI methode wordt toegepast. De AHP methode maakt het mogelijk om ongelijksoortige doelen te prioriteren aan de hand van een groepdissicion. Door de gebreken van de bouw,-en installatiedelen te aggregeren en te koppelen aan de strategische kaders van het object, kunnen de maatregelen geprioriteerd worden. Bij conditiemeting zijn de strategische kaders veelal de pijlers van  het bouwbesluit (VGBEM) en bedrijfsspecifieke strategische uitgangspunten. Ondanks dat de Rgd-BOEI  methode nog steeds evolueert wordt deze al enige jaren succesvol toegepast. Cruciaal hierbij is een elementenlijst die elementen vereenvoudigt in functies, functies vereenvoudigt in processen en uiteindelijk vereenvoudigd in het beleid. Deze aggregatie is vast gelegd in de Samengestelde Elementen Lijst de SEL.

 

4 Resumé

De opdrachtformulering (en de bijbehorende onderzoeksresultaten) kan verder uitgewerkt worden door de conditiemeting NEN 2767 geschikt te maken voor het Assetmanagement of zo nodig daartoe te transformeren. Door de conditiemeting  toepasbaar te maken voor het Assetmanagement, en specifiek voor onderhoudsconcepten, ontstaat een bepalingsmethode die onderhoudscontracten in iedere contractfase kan toetsen. Deze oplossingsrichting toetst processen en activiteiten die gerelateerd zijn aan het technisch beheer en onderhoud. Deze oplossingsrichting wordt vooralsnog “Rekenmethode Assetmanagement” genoemd.

 

Dit artikel is geplaatst in het discussieplatform Maincontract Developement. Klik hier om uw mening omtrent het artikel te geven of discussie te bekijken