….HU feliciteert geslaagden Cohort 3 afronden Leergang IKO – Assetmanagement & Maintenance…..

Eén van de voorlopige inzichten die het onderzoek heeft opgeleverd is dat het beoordelend vermogen van de opdrachtgever een typerende eigenschap is van de evaluerende variabele competentie. Met beoordelend vermogen worden competenties bedoeld dat (technische) onderwerpen begrepen worden en dat opdrachtgever en opdrachtnemer inhoudelijk gelijkwaardige gesprekspartners zijn. Dat betekent niet dat bijvoorbeeld de opdrachtgever een specialist in een discipline als bouwkunde of werktuigbouw, onderhoud of conditiemeten maar dat deze begrijpt wat de impact is of risico’s zijn van technische informatie voor het assetmanagement, risicoanalyses of de inspectieresultaten. Zeer zeker wordt er niet bedoeld dat technische specialisaties beheerst moeten worden echter wil je kunnen optreden als een gesprekspartner van je opdrachtnemer of adviseur is een minimaal kennisniveau vereist.
Ander inzicht is het het “koppelen van beleid aan onderhoudsactiviteit”. Al vroeg in het onderzoek bleek dat op strategisch en operationeel niveau er verschillende inzichten zijn omtrent de uitvoering van het Assetmanagement & Maintenance. Op strategisch niveau begrijpen de opdrachtgever en opdrachtnemer elkaar en weten wat de bedoeling is echter op operationeel niveau blijven de activiteiten zoals ze waren. Dit zou kunnen betekenen dat op strategisch niveau er bijvoorbeeld het concept Maincontracting wordt toepgast maar op operationeel niveau er gehandeld blijft worden als een inspanningscontract. Dat betekend dat er geen koppeling is tussen beleid en het kleinste onderdeel van de Asset. Deze koppeling wordt door de NEN-ISO 55000 geduid met de “line of Sight”.

 

 

Onderstaand artikel omtrent het kennisniveau en beoordelend vermogen komt overeen met deze inzichten.

 

Hennes de Ridder, gepensioneerd hoogleraar Integraal Ontwerpen aan de Technische Universiteit Delft en schrijver van het boek Legolisering van de bouw, ziet dat in de sector krachten overheersen die ervoor zorgen dat de sector ambachtelijk blijft. “Bij het criminele af.”

Bron : cobouw december 2017

 

 

De instorting van de parkeergarage is killing voor de sector

Dat de parkeergarage in Eindhoven instortte en daardoor grote breedplaatvloerenonrust uitbrak, is volgens hem een illustratie hoe moeizaam de bouw leert. “Die dubbele plaatvloer is natuurlijk de blunder van de eeuw. Dat je denkt dat er bij de neutrale lijn niet veel gebeurt en er dus balletjes in kunt gooien. Ha! Ze vergeten dat het essentieel is dat de vloer juist daar één geheel moet zijn. De instorting is killing voor de hele sector. De totale bouw is hier verantwoordelijk voor.” 

 
Over de auteur

is emeritus hoogleraar Integraal ontwerpen aan de faculteit der Civiele Techniek en Aardwetenschappen van de Technische Universiteit Delft.

 

Waarom de bouw niet leert? De oorzaak is dat elk bouwwerk een uniek project is, zegt De Ridder. “Met een unieke klant, met een unieke verzameling stakeholders, op een uniek stukje grond, ambachtelijk gemaakt wordt door een unieke verzameling onderaannemers. Opdrachtgevers specificeren met hun adviseurs dé unieke brug in plaats dat ze de context voor een brug bepalen en vervolgens de markt vragen om met de best denkbare brug te komen.”

Bouwers gedragen zich als capaciteitsleveranciers in plaats van als productleveranciers. Ze kunnen daarom hun kennis niet in producten stoppen en die producten verder ontwikkelen.

“De bouw is de enige sector in de wereld waarin koopcontracten taakverdelingscontracten zijn tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Ze werken beide aan het zelfde, zijn dus beiden verantwoordelijk voor het resultaat en dus is niemand verantwoordelijk.” Dat werkt niet.

“Stel je voor dat ik Toyota ga helpen bij het ontwerpen van mijn auto. Dan weet ik zeker dat het ding nooit de weg op mag, dat hij minstens twee keer duurder is dan hij nu is en ik geen garantie krijg.”

 

De ziel moet terug bij de opdrachtgevers

Assetmanagement en Maintenance 0.7
Koppelen van” beleid aan onderhoudsactiviteit”

Die verdeelcontracten zijn zeer dik en een kolfje naar de hand van de consultants, meent De Ridder. “In feite wordt de bouw gegijzeld door een leger consultants. Die beroepsgroep moet er dus tussenuit. Opdrachtgevers moeten het zelf doen. De ziel moet terug! Bij de woningcorporaties, de gemeenten, de waterschappen, bij de provincies. Zelfs Rijkswaterstaat. De consultants hebben nu de macht. Ze zijn in het gat gedoken toen alle overheden vanaf begin deze eeuw moesten inkrimpen. Ze hebben er belang bij dat de bouw ambachtelijk blijft en dat elk bouwwerk een uniek product is. Ze willen duizenden tekeningen maken, zoveel mogelijk stakeholders betrekken, en zoveel mogelijk inspraak organiseren. Dat is feestvieren voor de consultants. Maar verantwoordelijkheid dragen? Ho maar. Ja, alleen voor hun eigen portemonnee.”

Niemand durft er volgens hem wat van te zeggen. Iedereen heeft belangen en dubbele petten. Ook in de wetenschap. “Je moet je hok in als wetenschapper en niet allerlei overheidsbedrijven gaan adviseren. Deeltijdhoogleraar? Stop daarmee. Of je bent hoogleraar of niet. Ik wil niet zeggen dat het allemaal bandieten zijn, maar het is niet zuiver.”

 

Ja, hoe hij zich opstelt roept veel weerstand op. Dat veel mensen uit de bouw een “pesthekel” aan hem hebben, vindt De Ridder eigenlijk best leuk. Hij cultiveert het zelfs een beetje. ”Maar ik krijg nooit een weerwoord”. Noem hem cabaretier – hij deed met band ooit een “Bouwshow” in schouwburg De Philharmonie in Haarlem (”my finest hour”). Noem hem een volksmenner. Maar een oproerkraaier is hij niet. “Ik ben een activist. Maar altijd constructief. Ik heb altijd heel veel commentaar, maar ik zeg ook hoe het wel moet.”  Het is gratis advies.  Hij wil de bouw beter maken. Omdat hij weet dat het zoveel mooier kan.

 

De Stroomversnelling werd geïnstitutionaliseerde agressie

Een interessante specialisatie is de verduurzaming en renovatie van bestaande woningen zijn. Het klimaatprobleem is volgens De Ridder een driver voor de sector de komende jaren. “De bouw is de grootste vervuilende sector in de wereld en is dus de oplossing voor het probleem.“

Zijn Legoliseringsoplossing: “Maak nou eens een appartementje waar alles in zit, en zet alle relaties tussen de elementjes parametrisch vast in een digitaal model, dan kun je het zo in elk casco schuiven. En maak het demontabel. Dat is de toekomst. Een labelsprong voor 5000 euro bijvoorbeeld. Binnen een dag. Tsjak tsjak tsjak, klik klik klik. Nu is het hakken en breken, containers voor de deur en een gevel uit de fabriek ervoor, maar het vocht blijft en de akoestiek is een ramp.”

Bij corporatiewoningen moet het doel overigens niet zijn om 100.000 woningen energieneutraal te krijgen, meent De Ridder. “Veel beter is het om drie miljoen woningen een labeltje hoger te krijgen. Want we hebben haast met het klimaat.”

De bouw weet die verduurzaming tot nu toe niet te organiseren, constateert hij. Zo is de Stroomversnelling “compleet mislukt”. “Alles was er verkeerd aan, vooral het gebrek aan elementaire kennis van hoe je innoveert. Alle welgemeende kritiek werd driftig van tafel geveegd. De angst vanwege de onwetendheid werd geïnstitutionaliseerde agressie. Tienduizend woningen om te oefenen voor 110.000 woningen, hoe verzin je zoiets achterlijks? In vijf jaar hebben ze vijfhonderd woninkjes gedaan voor heel veel geld. Daarbij is vooral heel veel kostbare tijd verspild. Geen evaluatie achteraf, niets. Het was een systeem van alles samendoen, de poet verdelen en vertrekken. En de deelnemende corporaties en aannemers, die geïnvesteerd hebben, met de puinhoop laten zitten. Eigenlijk bij het criminele af.”

Maar de Stroomversnelling was er toch juist om kennis te delen en te leren industrialiseren? De Ridder wuift het weg. “Als je met zijn allen samen gaat werken wordt het natuurlijk niets. Innoveren kost veel geld. Als ik iets uitgevonden heb, ga ik niet tegen concurrenten zeggen: kijk ik heb iets leuks uitgevonden, ga jij dat ook maar maken. Je werkt helemaal niet samen. Het is een grote leugen. Als je samenwerkt moet je complementair zijn en een benefit sharing-formula hebben. Daar hebben die bouwers nooit van gehoord. En kennis kun je niet delen, wel overdragen. Ze begrijpen niet dat kennis in de producten moet zitten. Ze bedoelden met dat kennis delen natuurlijk informatie delen. Dat kan wel. Wel triest dat ze het verschil tussen kennis en informatie niet eens weten.”

……lees verder voor het volledige artikel

 

Verwante Artikelen

 

Tags: , , , , , , ,